zaterdag 28 december 2013

Winkelwagentje-bewaking

In gedachten, en wanneer ben je dat eigenlijk niet vraag ik me nu af, fiets ik naar de supermarkt. Door mijn hoofd buitelen de heerlijke gerechten die ik zojuist heb uitgezocht om de komende week te gaan koken. Daar heb ik enorme behoefte aan na de feestdagen, want de blondies wilden met kerst als vanouds gourmetten. Gourmetten, daar kunnen ze volop van genieten, onze anti-eetsters. De jongste warmt de hele avond stukjes appel op, "totdat de binnenkant zacht is mam, dat is het lekkerst".
En de oudste gaat zich te buiten aan cocktailworstjes, die ze één voor één opwarmt in de kleine pannetjes, maar dat gaat zo akelig langzaam dat haar geduld opraakt en ze een efficiëntere werkwijze hanteert: Ze verdeelt de worstjes over 3 pannetjes, warmt de hele bende in één keer op en eet zich vervolgens zo misselijk dat we meer dan de helft toch maar weer in de prullenbak kieperen.
Mijn liefste en ik werpen elkaar liefdevolle blikken toe terwijl we onze blondies observeren en genieten vooral van elkaar en de rode wijn, die gelukkig rijkelijk vloeit.
Tussen al dit supermarkt-gemijmer door is het me inmiddels gelukt een karretje boodschappen te verzamelen, maar wanneer alles op de lopende band staat kom ik erachter dat alle lege colaflessen nog in mijn tas zitten.
Zucht, ik ben net aan de beurt en probeer zo handig mogelijk de nieuwe boodschappen een plekje te geven onder en tussen alle lege flessen.
Vlakbij de ingang parkeer ik het volgeladen karretje om nogmaals de supermarkt in te rennen met net iets teveel colaflessen in mijn armen.
"Zo ken iemand anders er met je karretje vandoor" is het ongevraagde commentaar van een man die mij bezig ziet.
"Ach, ik vertrouw op de goedheid van mijn medemensen" antwoord ik gevat, terwijl ik als een soort jongleur probeer de flessen in bedwang te houden.
"Ik let wel effe op" zegt de man en ik ren weg terwijl ik me afvraag of hij zijn eerdere opmerking in de praktijk zal gaan brengen. Maar dat is niet het geval, hij staat er nog steeds als ik even later terugkom.
"Bedankt" zeg ik maar, hij hoort het al niet meer.
Hij is zeer tevreden weggelopen, ervan overtuigd dat hij een medemens in nood heeft geholpen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen